Ik geloof wat ik geloof, geloof jij wat jij gelooft!

Geloven doe je in de kerk, zo wordt wel eens gezegd. Dat is natuurlijk wel waar, maar als er met ‘geloven doe je in de kerk’ wordt bedoeld dat geloven beperkt wordt tot een verblijf binnen de muren van de kerk dan klopt er van die uitdrukking geen hout. De meeste mensen brengen de meeste tijd buiten een kerkgebouw door. Gelukkig is geloof iets voor elk moment van de dag en van de nacht.

Geloven in jezelf

Voordat ik nu verder ga over ‘geloof’ in de bijbelse zin van het woord, wil ik eerst proberen te begrijpen wat jij bedoelt met de uitspraak: ‘Ik geloof wat ik geloof, geloof jij wat jij gelooft!’. Laat me eens een poging wagen. Je zou kunnen bedoelen dat je in jezelf gelooft. Daarin ben je niet alleen. Heel wat mensen doen dat. Ik vrees alleen dat het zulke mensen aan zelfkennis ontbreekt. Wie eerlijk tegenover zichzelf staat, ziet toch wel dat je ook steun buiten jezelf nodig hebt. Met geloof in jezelf red je het niet.

Geloven in wat mensen zeggen

Je zou ook iets anders kunnen bedoelen. Je zou kunnen geloven in de een of andere goeroe, die dingen heeft gezegd die je erg hebben aangesproken. Je bent op zoek naar spiritualiteit, naar geestelijke verruiming. Nou, op dat gebied is heel wat te koop (jazeker, je moet er een prijs voor betalen; misschien niet in harde valuta, maar zeker wel door je geestelijke vrijheid in te leveren). Stapels boeken met allerlei vormen van oosterse meditatie bieden je de verruiming aan die je zoekt. Uiteindelijk vind je hierin ook niet waarnaar je diep in je hart echt verlangt.

Geloven in een prestatie-godsdienst

Maar misschien bedoel je nog wel iets anders, bijvoorbeeld de een of andere niet-christelijke godsdienst. Alle niet-christelijke godsdiensten hebben één gemeenschappelijke noemer: je wordt erin aangespoord een bepaald niveau te bereiken, met als hoogste niveau het opgaan in de godheid. Met deze drie mogelijkheden zijn de soorten van geloof niet uitgeput, maar ik denk wel dat ik een grote kans heb dat jij met de uitspraak ‘ik geloof wat ik geloof’ onder één van deze categorieën valt.

Geloof in Jezus Christus

Mag ik je nu eens vertellen wat ik geloof? Ik geloof niet in mezelf, een bepaald systeem, een dogma of een door mensen uitgevonden godsdienst. Daar ben ik op uitgekeken. Ik kan het met een uitspraak uit de Bijbel het beste zo zeggen: ‘Ik weet Wie ik geloofd heb.’ Die uitspraak kun je vinden in de tweede brief van Paulus aan Timotheüs, in hoofdstuk 1 vers 12. Je ziet dat het gaat om het geloof in een Persoon, dat is Jezus Christus. Hij maakt het christendom tot de unieke en exclusieve godsdienst, waarbinnen alleen redding voor tijd een eeuwigheid te vinden is. Die redding is bij Hem te vinden.

God is een Gever, geen Eiser

Het christendom is daarom uniek, omdat het de enige godsdienst is waarin de mens niet wordt aangespoord om prestaties te leveren om daardoor in verbinding met God te kunnen komen. De Bijbel, het boek van de christen, laat een God zien die bewogen is met het lot van de mens. Toen aan alle kanten duidelijk is geworden dat de mens zichzelf niet tot Gods niveau kon opwerken, zond God zijn Zoon, Jezus Christus. In Jezus Christus kwam God bij mensen wonen.

Gods weg naar beneden

God daalde af naar de aarde. Ongekend toch? Maar God daalde niet alleen af naar de mensen, Hij nam ook te midden van die mensen de plaats van een slaaf, een dienstknecht in. Heb je ooit zoiets in een andere godsdienst ontdekt? Maar zelfs zijn vrijwillige vernedering om slaaf te zijn was nog niet het einde van zijn vernedering. Hij ging nog dieper: Hij werd gehoorzaam tot de dood, ja tot de dood van het kruis. Die weg naar de diepte legde Hij af om jou en mij te kunnen redden. Die weg van vernedering kun je lezen in de Bijbel, in de brief aan de Fillipiërs, hoofdstuk 2 vers 6-8: ‘Christus Jezus, die in de gestalte van God zijnde het geen roof geacht heeft God gelijk te zijn, maar Zichzelf heeft ontledigd, de gestalte van een slaaf aannemend, de mensen gelijk wordend. En uiterlijk een mens bevonden heeft Hij Zichzelf vernederd, gehoorzaam wordend tot de dood, ja, tot de kruisdood.’

Gods weg naar boven

Maar de Here Jezus is na zijn diepe vernedering door God verhoogd. Dat kun je lezen in de volgende verzen van Filippiërs 2, in vers 9-11: ‘Daarom [dus omdat de Here Jezus Zichzelf zo heeft vernederd] heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die is boven alle naam, opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God de Vader.’ Als ik zeg dat ik weet in Wie ik heb geloofd is dat in de Persoon die voor mij in de dood ging en door de Vader is verhoogd. Ik heb mijn knieën voor Hem gebogen en mag nu bij Hem horen. Hij zorgt voor mij en ik mag tot in alle eeuwigheid bij Hem zijn, in de heerlijkheid die Hij van zijn Vader heeft gekregen. Heb ik dat verdiend? Nee. Maar ik ben toch zo ontzettend dankbaar en blij dat ik in de Here Jezus mag geloven.

Geloven is vertrouwen

Geloven wil zeggen dat ik Hem volledig vertrouw. Kom daar maar eens om in deze wereld. Wie kun je nu vertrouwen? Niemand toch? Hem wel. Daarom geloof ik in Hem en daarom vind ik het belangrijk dat jij ook in Hem gaat geloven. Hij is de enige die het werkelijk waard is om in te geloven. De Bijbel zegt: ‘wie in Hem geloofd, zal niet beschaamd worden’ -> Romeinen 9 vers 33.