Als je christen ben, mag je niks meer.

Dan heb je toch een beetje verkeerde kijk op wat een christen is. Nu zul je, in je kijk op wat een christen is, mogelijk op het verkeerde been zijn gezet door wat je soms bij bepaalde mensen ziet die zich christen noemen. Maar daar moet je niet aan afmeten wat een christen is.

Wat een christen mag

Wat een christen mag, staat in zijn handboek, de Bijbel. Weet je wat daarin staat? Nou niet schrikken, daarin staat dat een christen alles mag. Het staat er zelfs tot vier keer toe. In 1 Korinthiërs 6 vers 12 staat het twee keer en in 1 Korinthiërs 10 vers 23 staat het twee keer. Maar wil dat nu zeggen dat je voor het vaderland weg kunt leven? Kijk, die verzen zijn geen vrijbrief om je uit te leven zonder met God en je naaste rekening te houden. Voor dat soort domme invulling van alles te mogen is in de Bijbel geen sprake. In de verzen die ik noemde wordt nog iets meer gezegd, er wordt iets toegevoegd, waardoor de vrijheid die je als christen hebt ook in goede banen wordt geleid. Ik zal de verzen nu aanhalen: ‘Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig; alles is mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten overheersen’ (1 Korinthiërs 6 vers 12) en ‘Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig; alles is mij geoorloofd, maar niet alles bouwt op’ (1 Korinthiërs 10 vers 23).

Een christen doet dingen die nuttig zijn

Je zult als christen bewust met de dingen die je doet bezig zijn. Je laat je niet leiden door wat je ineens in je voelt opkomen, maar je vraagt je af: is dat wat ik wil, ook nuttig? Levert het een positieve bijdrage aan het leven van mezelf of van anderen, of doe ik iemand ermee tekort of bezorg ik iemand verdriet? Dat zijn toch normale vragen voor een zinvol leven? God wil dat een christen zo met zijn vrijheid leert om te gaan. Een eerste vraag is dus: is de vrijheid die ik in het een of ander meen te hebben ook nuttig? Is het nuttig voor je lichaam om het vol drank te gieten? Is het nuttig om je geest door middel van drugs en/of housemuziek open te stellen voor demonische machten? Wat is de zin van zulke dingen? Als je daar eerlijk en nuchter over nadenkt zul je de onzin ervan inzien.

Echte vrijheid

Ik heb nu heel kort iets gezegd over de toevoeging ‘maar niet alles is nuttig’, wat zowel in 1 Korinthiërs 6 als in 1 Korinthiërs 10 wordt toegevoegd. Maar er staan nog twee andere toevoegingen die ook bedoeld zijn om de vrijheid van de christen in goede banen te leiden. De eerste is: ‘maar ik zal mij door niets laten oveheersen.’ Dit is een belangrijke graadmeter om te zien of je werkelijk in de vrijheid staat. Een christen mag alles, maar kan hij ook zonder? Een christen mag best eens een biertje drinken, maar kan hij ook zonder? Ga maar eens na in je leven. Zijn er dingen waaraan je verslaafd bent? En nu denk ik niet alleen aan drank of drugs, maar ook aan dingen die algemeen geaccepteerd zijn. Hoeveel mensen zijn niet verslaafd aan snoep of aan televisiekijken. Als je dat van hen zou wegnemen, zou hun wereld instorten. Voor de christen bestaat zoiets als de vrucht van de Geest. Daar hoort ook ‘zelfbeheersing’ bij. Galaten 5 vers 22: Maar de vrucht van de Geest is: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.’ In het stukje dat op 1 Korinthiërs 6 vers 12 volgt, staat iets over eten en drinken en seks. Hoeveel mensen, ook christenen, zijn verslaafd aan seks?

Denk aan de ander

De tweede toevoeging is: ‘maar niet alles bouwt op.’ Hieruit volgt dat het gedrag van de christen zo behoort te zijn dat het opbouwend is voor een ander. Een christen is geen egoïst, maar iemand die het goede voor de ander zoekt. De wereld is vol egoïsten, iedereen denkt alleen aan zichzelf en zo handelt hij daarnaar. Als het hem uitkomt zal hij een ander zeker wel goed doen, maar o wee, als de ander hem in zijn plannen dwars zit. De christen zal geen dingen doen die een ander schade berokkenen, die hem benadelen of in een kwaad daglicht stellen. De christen is erop uit de ander te bemoedigen, te helpen in moeilijkheden.

Conclusie

Concluderend kan ik stellen dat een christen een vrij mens is: alles is hem geoorloofd. Dan mag je toch wel veel. Maar een christen is ook een mens met gevoel voor verantwoordelijkheid. Daarom vraagt hij zich af: is het nuttig (voor mijzelf en anderen), kan ik ook leven zonder van die en bouwt het (anderen) op? Hij wil in zijn doen en laten rekening houden met anderen. Zo vrij is nou een christen. Hij is geen kuddedier, dat willoos de massa volgt op weg naar …?

Een christen is niet volmaakt

Wat ik je heb verteld over de vrijheid van de christen is wat God daarover zegt. Daarnaar behoort iedere christen zich te richten. Dat wil niet zeggen dat iedere christen dat ook doet, helaas niet. Maar ook christenen die zich wel daarnaar willen richten, doen dat niet op een volmaakte manier. Het zijn ook mensen met hun tekorten. Ik zeg dat niet als een verontschuldiging, maar als een constatering. Wel zullen ze hun falen daarin tegenover God en zo nodig ook tegenover hun naaste erkennen. Waar het wel om gaat is, dat jij geen geldig excuus hebt om geen christen te worden door te zeggen dat je als christen niks meer mag. Dat is dus niet waar.

Christus, het volmaakte Voorbeeld

Nu is wat ik heb gezegd ook geen reden om het wel te worden. De reden om christen te worden ligt in Jezus Christus. Hij is wel in alle dingen volmaakt geweest. Hij is de Almachtige, die alle vrijheid bezit en ook in staat is alles te doen. Hij kon de hele wereld die zo in opstand was gekomen tegen Hem, zo in een hoek van het heelal trappen of vernietigen. Van die vrijheid maakte Hij geen gebruik. Hij heeft Zich vernederd en is als mens op aarde gekomen. Hij heeft gedaan wat nuttig is: Hij is gestorven voor zondige mensen, opdat die gered konden worden van de hel. Hij heeft Zich door niets laten overheersen: Hij heeft niet in machtsbelustheid de mens ter verantwoording geroepen en hem geoordeeld, maar heeft Zichzelf weggecijferd en laten mishandelen. Hij heeft gedaan wat opbouwt: Hij heeft gedacht aan anderen, ook aan jou, en Hij wil en kan aan mensen een zinvol bestaan op aarde geven. Hij is het waard om voor te leven, nu en tot in eeuwigheid.