Als God liefde is waarom is er dan zoveel ellende in de wereld?

Goeie vraag. Liefde en ellende horen voor ons gevoel niet bij elkaar. God is liefde, dat is een feit. 1 Johannes 4 vers 8, 16 -> ‘God is liefde.’ Hij heeft de wereld geschapen, dat is ook een feit. Genesis 1 vers 1 -> ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde.’ Hebreeën 1 vers 2 -> ‘de Zoon door Wie Hij [dat is God] ook de werelden gemaakt heeft.’ Hoe kan Hij het dan toelaten dat het zo’n puinhoop in de wereld is? Hij is toch almachtig? Waarom doet Hij er dan niets aan? In die vragen klinkt een beetje door dat al die ellende toch wel de schuld van God is. Maar is dat wel eerlijk?

De mens is verantwoordelijk

Een voorbeeld: Stel, ik rijd ’s nacht met de auto op de snelweg. Op een zeker ogenblik doe ik mijn lichten uit en veroorzaak daardoor een ongeluk. Moet ik dan de schuld voor het ongeluk op de ontwerper van de auto schuiven? In het instructieboekje dat bij de auto hoort staat precies aangegeven hoe ik de lichten aan en uit kan doen. Maar hoe ik daarmee omga is mijn eigen verantwoordelijkheid. Als ik ze uitdoe is dat mijn zaak. Zo is het ook met God.

God is licht en God is liefde

God is niet alleen liefde, maar Hij is ook licht. 1 Johannes 1 vers 5 -> ‘En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.’ Wanneer ik ervoor kies buiten Hem te leven, dat wil zeggen in de duisternis, dan moet ik Hem niet de schuld geven als ik er een puinhoop van maak. Dat geldt voor iedere mens. God heeft de mens geschapen om in zijn nabijheid te leven. Als iemand dat niet wil is dat zijn eigen keus. Toch blijft God liefde. Het grootste bewijs daarvan is dat God zijn eigen Zoon gaf om mensen vanuit de duisternis en ellende weer terug te brengen in zijn tegenwoordigheid van licht en liefde.

Het afschuifsysteem

We leven allemaal, of we nu gelovig of ongelovig zijn in een schepping die in de zonde is gevallen. Hoe dat is gegaan, staat in het begin van de Bijbel, in het eerste bijbelboek, Genesis hoofdstuk 3. Als je dat hoofdstuk leest zie je hoe de één steeds de ander de schuld geeft van de ontstane ellende: Adam schuift de schuld af op Eva en Eva schuift de schuld af op de slang (satan). We wijzen steeds op de ander, totdat we uiteindelijk God de schuld van alles geven. Dat is niet eerlijk. Jij en ik zullen moeten erkennen dat het kwaad dat we bij anderen zo haarscherp kunnen aanwijzen in ons eigen hart zit.

Eerlijk zijn voor God

Als je dat eerlijk erkent, gaan je ogen open voor wat God gedaan heeft om de mens die met berouw tot Hem komt van zijn eigen schuld te verlossen. Dan krijg je ook oog voor de manier waarop je moet omgaan met de ellende die je om je heen ziet. Een geweldige bemoediging komt dan ook naar je toe in het bewustzijn dat de Here Jezus binnenkort een einde aan al die ellende zal maken. Als Hij terugkomt zal Hij ‘de aarde slaan met de roede van zijn mond en met de adem van zijn lippen de goddeloze doden’ -> Jesaja 11 vers 4; ‘want wanneer uw gerichten op de aarde zijn, leren de inwoners van de wereld gerechtigheid’ -> Jesaja 26 vers 9. Alleen door het tussenbeide komen van de Here Jezus, waarbij Hij alle ongerechtigheid zal oordelen, zullen de mensen zien wat recht en goed is. Tot dat ogenblik zal de mens altijd doen wat goed is in eigen oog. Elk mens die dat nu al erkent, ontkomt aan dat oordeel.