Als God en satan zouden bestaan wat heb ik daar dan mee te maken?

Ik zou zeggen: niet een klein beetje. Als God en satan bestaan, kun je niet om hen heen. Het is een meesterlijke zet van satan om zijn eigen bestaan en het bestaan van God gewoon te ontkennen. Daar heeft hij mooi heel wat mensen mee in de maling genomen en in de vernieling geholpen. Nee, echt waar, God bestaat en satan ook. De Bijbel is daar heel duidelijk over. Je kunt je dan weer afvragen wat je met de Bijbel aanmoet. Waarom moet die nu weer te voorschijn komen en welk gezag heeft de Bijbel. Nou, over het belang van de Bijbel kun je lezen bij de behandeling van de vraag: wat is de Bijbel voor een boek. Maar nu eerst de vraag over wat je met God en satan te maken hebt.

Geen product van toeval

Kijk, iedereen die een beetje nadenkt, moet tot de conclusie komen dat alles wat hij om zich heen ziet niet zomaar toevallig is ontstaan. Als je een huis ziet ga er ook van uit dat iemand dat heeft ontworpen en heeft gebouwd. Er kwamen niet toevallig een paar steentjes aanvliegen die door toevallig rondvliegende cementdeeltjes heel toevallig allemaal in goede orde tot een muur werden gevormd. Wie dat gelooft verklaar jij ook voor gek. Zo ben jij ook geen product van tijd en toeval.

God is de Schepper

God is de Schepper van hemel en aarde. Genesis 1 vers 1: ‘In den beginne schiep God de hemel en de aarde.’ Hij is ook de Schepper van de mens, die de mens tot een levende ziel maakte. Genesis 1 vers 26: ‘En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis.’ Genesis 2 vers 7: ‘Toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levende ziel.’ Het leven dat je bezit, heb je van God, je Schepper, gekregen. Ja, ik ken die opmerkingen over je vader en moeder wel, dat als zij ‘het’ niet gedaan hadden, jij er niet was geweest. Maar dat zijn alleen afleidingsmanoeuvres, uitvluchten.

God is de bron van het leven

Leven komt alleen van God, omdat Hij de levende God is. Hij is de bron van het leven. Johannes 1 vers 1-4: ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door Hem geworden en zonder Hem is niet één ding geworden dat geworden is. In Hem was leven en het leven was het licht van de mensen.’ Als Hij dan je Schepper is, is het logisch dat Hij recht op jou heeft. Hij heeft je gemaakt om tot zijn eer te leven. Elk mens die dat doet, beantwoordt aan het doel waartoe hij door God geschapen is. Elk mens die dat doet, vindt in zijn leven de grootst mogelijke vreugde en blijdschap.

Satan is Gods tegenstander

Nu is satan de grote tegenstander van God. Het woord ‘satan’ betekent ook ‘tegenstander’. Van oorsprong is hij een door God geschapen machtige engel. Ezechiël 28 vers 14: ‘toen gij geschapen werd… Gij waart een beschuttende chrub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij waart op de heilige berg der goden.’ Maar op een gegeven moment wilde hij zich aan God gelijk maken en toen moest God hem uit zijn tegenwoordigheid wegdoen. Jesaja 14 vers 12: ‘Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken.’ Ezechiël 28 vers 15-17: ‘Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werd, totdat er onrecht in u werd gevonden: door uw uitgebreide handel zijt gij vervuld geraakt met geweldenarij en kwaamt gij tot zonde. Van de berg der goden verbande Ik u en deed u weg, gij beschuttende cherub, van tussen de vlammende stenen.’ Lukas 10 vers 18: ‘Hij [dat is de Here Jezus] zei tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen.’ Vanaf dat moment is satan bezield van maar één ding: alles wat van God is kapot maken, vernielen, verderven.

De mens is een zondaar geworden

Dat kun je wel zien aan de mens, het schepsel van God. Toen God de mens had geschapen, kwam de satan bij hem en kreeg het klaar om de mens ongehoorzaam aan God te maken. Genesis 3 vers 1-7: ‘De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had; en zij zei tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof? Toen zei de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. De slang echter zei tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad. En de vrouw zag dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.’ Daardoor is de mens een zondaar geworden. Vanaf dat ogenblik kan de mens niet anders dan zondigen. Romeinen 3 vers 9-20: ‘dat zij allen onder de zonde zijn, zoals geschreven staat: ‘Er is geen rechtvaardige, ook niet één; er is niemand die verstandig is; er is niemand die God zoekt; allen zijn zij afgeweken; samen zijn zij nutteloos geworden; er is niemand die goed doet, er is er zelfs niet één; hun keel is een open graf; met hun tongen plegen zij bedrog; addergif is onder hun lippen; hun mond is vol vervloeking en bitterheid; hun voeten zijn snel om bloed te vergieten; vernieling en ellende is op hun wegen; en de weg van de vrede hebben zij niet gekend; geen vrees voor God staat hun voor ogen.’ Romeinen 5 vers 12 : ‘Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, en zo de dood tot alle mensen is doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.’ Efeze 2 vers 1: ‘toen u dood was in uw overtredingen en zonden.’ Het woord ‘zonde’ betekent ‘het doel missen’. En daar heb je het: ik zei dat de mens geschapen is met het doel God in zijn leven te eren en dat hij daar zelf het grootste geluk aan zou beleven. Maar nu de mens een zondaar is geworden mist hij dit doel.

De keus

Het resultaat: wat een ellende, verbittering, verdriet, geweld, en zo zou ik nog een tijdje kunnen doorgaan. Wees eens eerlijk, dat zie je toch om je heen? De mens beantwoordt niet meer aan het doel waartoe God hem heeft geschapen. De mens die er voor kiest zonder God te leven, kiest daarmee automatisch voor satan. Een leven in een soort niemandsland is niet mogelijk. Je hoort óf bij God óf bij satan. Keihard, maar waar. Je hebt alles met God en met satan te maken.

God geeft de oplossing

En nu maar hopen dat jij wilt weten hoe je uit de macht van satan kunt komen en Gods kant kunt kiezen. Daarover heeft de Bijbel gelukkig ook heel wat te zeggen. Zo is God nu eenmaal: Hij wijst je op het verkeerde en de onmogelijkheid jezelf uit je ellende te bevrijden, maar Hij vertelt je ook dat Hijzelf voor de oplossing heeft gezorgd.

God gaf zijn Zoon

God gaf zijn Zoon Jezus Christus om jou uit de macht van satan te redden. Johannes 3 vers 16: ‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.’ Romeinen 8 vers 32: ‘Hoe zal Hij die zelfs zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?’ Als je die oplossing aanvaardt, kun jij gaan beantwoorden aan het doel dat God met jouw leven heeft. Wat je daarvoor moet doen? Belijd eerlijk voor God je zonden en je onmacht en geloof in de Here Jezus en je bent gered. Handelingen 16 vers 30, 31: ‘Wat moet ik doen om behouden te worden? En zij zeiden: Geloof in de Heer Jezus en u zult behouden worden, u en uw huis.’